**1.** Het college legt een maatregel op als een belanghebbende tekortschietend
besef van verantwoordelijkheid betoont voor de voorziening in het
bestaan, dan wel de verplichtingen die voortvloeien uit de wet en de Wet
structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, dan wel de
verplichtingen, die in de beschikking tot toekenning of voortzetting van
de bijstand zijn opgenomen niet, of onvoldoende nakomt of wanneer een
belanghebbende zich jegens het college ernstig misdraagt.
**2.** Een maatregel wordt afgestemd op de ernst van de gedraging, de mate
waarin de belanghebbende de gedraging kan worden verweten en de
omstandigheden waarin hij verkeert.
**3.** Indien een gedraging van een belanghebbende leidt tot benadeling van de
gemeente, doet het College, onverminderd de mogelijkheid de bijstand te
verlagen en de ten onrechte ontvangen bijstand terug te vorderen,
aangifte bij het Openbaar Ministerie, in overeenstemming met de door het
Openbaar Ministerie op dit punt gehanteerde uitgangspunten.
**4.** a De maatregel wordt toegepast op de bijstandsnorm.
b In afwijking van het onderdeel a kan de maatregel ook worden
toegepast op de bijzondere bijstand, met dien verstande dat de verlaging
niet meer kan bedragen dan de bijstand waarop belanghebbende recht zou
hebben gehad indien er geen grond voor verlaging van de bijzondere
bijstand zou zijn geweest.
**5.** In het besluit tot het opleggen van een maatregel wordt in ieder geval
vermeld:
de reden van de maatregel;
de duur van de maatregel;
het bedrag waarmee de bijstand wordt verlaagd en
indien van toepassing, de reden om af te wijken van een
maatregel conform de bepalingen van de verordening.