De maatregel wordt opgelegd per toekenningsdatum van de uitkering of
met ingang van de eerstvolgende kalendermaand volgend op de datum
waarop het besluit tot het opleggen van de maatregel aan
belanghebbende is bekendgemaakt.
Indien de maatregel niet kan worden opgelegd omdat de uitkering is
beëindigd, dan wordt de maatregel alsnog gerealiseerd door middel
van herziening van de eerder verstrekte bijstand.
Indien de maatregel niet of niet volledig kan worden opgelegd met
toepassing van lid 1 of lid 2, dan wordt de maatregel opgelegd over
het recht op bijstand.
Indien de bijstand is beëindigd, wordt onder het recht op bijstand
verstaan: indien binnen een termijn van twee jaar gerekend vanaf de
datum waarop het besluit tot beëindiging of intrekking van de
bijstand is afgegeven, een nieuw recht op bijstand ter voorziening
in de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan is
ontstaan.