De raad beslist in de eerstvolgende vergadering na de datum van
indiening van het verzoek of het burgerinitiatiefvoorstel op de
agenda van de vergadering van de raad wordt geplaatst, met dien
verstande dat ten minste twee weken is gelegen tussen de dag van
indiening van het verzoek en de dag van de vergadering waarin op het
verzoek wordt beslist.
Indien de raad het verzoek afwijst wegens strijd met artikel 4, onder a. kan de raad het voorstel
doorzenden aan het college.
Indien de raad het verzoek toewijst, dan agendeert hij het
burgerinitiatiefvoorstel voor de eerstvolgende vergadering van de
raad.
De burgemeester nodigt de verzoeker schriftelijk uit voor de
vergadering waarvoor het burgerinitiatiefvoorstel is geagendeerd. De
verzoeker of zijn plaatsvervanger heeft tijdens deze vergadering de
gelegenheid om zijn burgerinitiatiefvoorstel mondeling nader toe te
lichten.
Zo spoedig mogelijk nadat de raad over het burgerinitiatiefvoorstel
een besluit heeft genomen, wordt dit besluit bekendgemaakt door
kennisgeving van het besluit of van de zakelijke inhoud ervan in een
dag-, nieuws- of huis-aan-huisblad, dan wel door plaatsing op de
website van de gemeente.
Tegelijkertijd met de bekendmaking wordt van het besluit mededeling
gedaan aan de verzoeker.
Artikel 6
Behandeling burgerinitiatief in de raad
Onderdeel van Verordening Burgerinitiatief gemeente Aa en Hunze 2004