Bij aanstelling van een ambtenaar wordt als regel het minimum
van de aan de betrekking verbonden salarisschaal toegekend.
Wanneer de ambtenaar bij zijn aanstelling nog niet aan de
functie-eisen voldoet of geen juist beeld is verkregen van zijn
wijze van functioneren, wordt hij aangesteld in de
aanloopschaal.
In bijzondere gevallen zijn burgemeester en wethouders bevoegd
van het bepaalde in de voorafgaande leden van dit artikel af te
wijken.