Lid 1 Aanvullende voorwaarden.
In het eerste lid wordt een aantal cumulatieve voorwaarden genoemd voor het toekennen van een individuele voorziening. Eerder hebben we reeds gemeld dat in eerste instantie bekeken moet worden of de oplossing gevonden kan worden in de voorliggende voorzieningen.
Ad a Langdurig gebruik.
Een individuele voorziening wordt alleen aangeboden via de Wmo als de beperking van de belanghebbende onomkeerbaar is. De prognose is dat voor wat betreft de beperking geen verbetering te verwachten is, dan wel dat het gaat om een wisselend beeld met perioden van verbetering die gevolgd worden door perioden van verslechtering.
Indien het een tijdelijke beperking betreft, bijvoorbeeld tijdens het herstel na een ongeluk, komt de belanghebbende niet in aanmerking voor een individuele voorziening. De belanghebbende kan dan een beroep doen op het hulpmiddelen depot van de Thuiszorgorganisaties (een AWBZ-voorziening).
Ad b Uitzondering langdurig gebruik.
Een uitzondering op de regel dat de aangevraagde voorziening langdurig noodzakelijk moet zijn, wordt gevormd door situaties waarin voor een afzienbare periode hulp bij het huishouden nodig is, bijvoorbeeld bij ontslag uit het ziekenhuis na een opname of bij een ontregeld huishouden.
Ad c Goedkoopst compenserend.
Bij de bepaling welke individuele voorziening wordt ingezet is het principe van goedkoopst compenserend leidend. Met compenserend wordt bedoeld volgens objectieve maatstaven nog toereikend. Dit kan per klantsituatie verschillend zijn en bij deze bepaling wordt verder gekeken dan de technische en functionele aspecten van de voorziening. Het gaat hierbij om een onderscheid tussen noodzakelijk en wenselijk. Eigenschappen die kostenverhogend werken zonder dat zij de voorziening meer adequaat maken, zullen in principe niet voor vergoeding in aanmerking komen.
Het is uiteraard wel mogelijk een adequate voorziening te verstrekken die duurder is dan de goedkoopst adequate voorziening, mits de belanghebbende bereid is de meerkosten uit eigen middelen te betalen.
Ad d Overwegend op het individu gericht.
Zoals het begrip individuele voorziening al aangeeft, gaat het in deze verordening om een afweging te maken voor de inzet van voorzieningen die de beperking van de belanghebbende, het individu, oplossen De toekenning van een individuele voorziening geschiedt ook op naam van de belanghebbende.
Ad e belanghebbende mag zich niet misdragen en geen misbruik maken van de voorziening
Van een belanghebbende wordt verwacht dat hij zich gedraagt bij de dienstverlening die is gekoppeld aan de voorziening, bijvoorbeeld in het CVV, jegens de hulpverlener van hulp bij het huishouden, tijdens de passing, etc. En dat hij ervoor zorgt dat de voorziening geen schade oploopt of vermist raakt door nalatigheid, opzet of grove schuld.
Lid 2 Geen individuele voorziening wordt toegekend.
De gemeenteraad is op grond van artikel 5 Wmo bevoegd om voorwaarden te stellen waaronder voorzieningen worden verleend. Er zijn een aantal situaties waarin geen individuele voorziening wordt toegekend.
Ad a Algemeen gebruikelijk.
Algemeen gebruikelijke voorzieningen zijn voorzieningen waarover een met de belanghebbende vergelijkbare persoon, ook los van de beperking, zou kunnen beschikken. Deze voorzieningen hoeven niet te worden verstrekt. Dit beginsel wordt al tientallen jaren tijd gehanteerd in de sociale wetgeving (AAW/WAO, voormalige Wet-Rea, Wvg).
Bij de afweging of in een concrete klantsituatie een voorziening algemeen gebruikelijk is, wordt gekeken naar:
de aard van de gevraagde voorziening;
de financiële situatie van de belanghebbende, bij de bepaling hiervan moet ook rekening gehouden worden met extra (aantoonbare) kosten die belanghebbende door zijn beperking heeft. Kan de voorziening door iemand zonder een beperking in een financieel vergelijkbare positie tot het normale aanschaffingspatroon worden gerekend?;
een plotselinge stoornis of beperking bij de belanghebbende is opgetreden waardoor er zaken vervangen moeten worden die nog niet zijn afgeschreven.
Ad c Niet woonachtig in Eindhoven.
In de begripsbepaling is woonachtig nader gedefinieerd met ingeschreven staan in de gemeentelijk basisadministratie van Eindhoven. In de Wmo wordt alleen over ingezetene gesproken. Uitzondering is de belanghebbende
die verhuist naar de gemeente Eindhoven.
Ad d Geen normaal gebruik woning door slecht materiaal.
Indien door het verkeerde gebruik van materialen de woning niet geschikt is voor normaal gebruik kan hiervoor geen beroep worden gedaan op individuele voorzieningen.
Ad e Reeds eerder gemaakte kosten.
De belanghebbende kan geen aanspraak maken op een individuele voorziening als deze reeds zonder toestemming van het college van burgemeester en wethouders gerealiseerd of aangekocht is. Het college van burgemeester en wethouders kan dan niet langer beoordelen of de reeds gerealiseerde oplossing de beste is en de goedkoopst compenserend. Dit betekent dat de belanghebbende niet in de periode tussen aanvraag en beschikking reeds mag overgaan tot de realisatie of aanschaf van de gewenste voorziening.
Ad f Reeds eerder een voorziening ontvangen.
De belanghebbende kan geen aanspraak maken op een individuele voorziening als deze reeds eerder is toegekend en:
deze voorziening nog adequaat is, gezien de klantsituatie;
de afschrijvingstermijn voor de voorziening nog niet verstreken is;
door roekeloosheid of verwijtbare onachtzaamheid van de belanghebbende de voorziening verloren is gegaan.
Indien een ander aansprakelijk is voor het verloren gaan, dient bekeken te worden of het mogelijk is deze derde door de aanvrager hiervoor aansprakelijk te doen stellen om zodoende de kosten te kunnen verhalen. Indien in een woning een verstelbare keuken of een andere dure voorziening is aangebracht heeft dit gevolgen voor de te verzekeren waarde van de opstal. Dit risico dient door belanghebbende in de opstalverzekering gedekt te worden. Indien bijvoorbeeld bij brand blijkt dat de woning onvoldoende verzekerd is, dan kan op dat moment geen beroep op deze verordening worden gedaan.
Ad g Niet meewerken aan onderzoek.
De individuele voorziening wordt niet toegekend als de belanghebbende niet meewerkt aan het formuleren van de hulpvraag en de oplossing en/of niet meewerkt aan het onderzoek.
Hoofdstuk 2.
Artikel 2.4.
Voorwaarden toekennen van individuele voorzieningen.
Onderdeel van Verordening individuele voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Eindhoven (2012)