• - Voor het verkrijgen van de in artikel 2 bedoelde tegemoetkoming zendt de instelling 2 keer per jaar aan het college van burgemeester en wethouders een opgave in, vermeldende voor elke school afzonderlijk de volgende gegevens:
    • - naam en voorletters van de godsdienstleraar c.q. vormingsleider;
    • - het aantal gegeven lesuren;
    • - de dagen en uren waarop de lessen zijn gegeven.
  • - Deze opgave wordt vóór de inzending door de directeur van de desbetreffende school gewaarmerkt.
  • - De opgaven dienen in januari en juli van elk kalenderjaar te worden ingediend, maar mogen indien gewenst ook per kwartaal ingediend worden.