Voor het verkrijgen van de in artikel
2 bedoelde tegemoetkoming zendt de instelling 2 keer
per jaar aan het college van burgemeester en wethouders een opgave
in, vermeldende voor elke school afzonderlijk de volgende gegevens:
naam en voorletters van de godsdienstleraar c.q.
vormingsleider;
het aantal gegeven lesuren;
de dagen en uren waarop de lessen zijn gegeven.
Deze opgave wordt vóór de inzending door de directeur van de
desbetreffende school gewaarmerkt.
De opgaven dienen in januari en juli van elk kalenderjaar te worden
ingediend, maar mogen indien gewenst ook per kwartaal ingediend
worden.
Artikel 6
Artikel 6
Onderdeel van Verordening organisatie en vergoeding levensbeschouwelijk onderwijs 2007