Op basis van de Wet BAG heeft elke gemeente binnen haar gemeentegrenzen één of meer woonplaatsen vastgesteld. De gemeente Zwolle heeft bij het “reglement naamgeving en nummering 2004” in artikel 2, lid 1 officieel voor het gehele gemeentelijke grondgebied de woonplaats “Zwolle” vastgesteld.
Kernen en buurtschappen als Wijthmen, Berkum, Ittersum, Genne of Mastenbroek vallen dus allen onder de woonplaats Zwolle, gelegen in de gemeente Zwolle. De woonplaats Zwolle is vervolgens verdeeld in stadsdelen, wijken en buurten.
In het kader van de Volkstelling 1971 is tussen gemeenten, de provincie en planologische diensten en het CBS een gebiedsindeling overeengekomen, die wordt aangeduid met de term "CBS wijk- en buurtindeling". Deze indeling werd noodzakelijk geacht, omdat op provinciaal en landelijk niveau behoefte bestond aan inzicht in de onderverdeling van het gemeentelijke grondgebied. Gemeenten dienen zich dan ook te houden aan de CBS wijk- en buurtindeling uit 1970. In de verordening komt daarom het benoemen van de wijken en buurten terug Dit is een bevoegdheid van het college.
In het tweede lid van artikel 2 is het toekennen van namen aan de openbare ruimte geregeld. De openbare ruimte omvat meer dan alleen straten, plantsoenen en wegen. Zo worden bijvoorbeeld ook waterlopen, sierwater, bruggen, viaducten, metrostations, dijken, meren en plassen veelal van een naam voorzien. Omdat het dus om meer dan alleen straatnamen gaat, wordt de term “naamgeving” in dit artikel gebezigd.
In het derde lid is de bevoegdheid van het college vermeld om de naamgeving te wijzigen of in te trekken. Het wijzigen van naamgeving wordt meestal aangeduid als “vernaming”. Uit jurisprudentie is gebleken dat diverse rechters hebben uitgesproken dat het wijzigen van (straat)naam moet worden beschouwd als een algemeen aanvaard maatschappelijk risico dat ten laste dient te komen van de betrokken burgers en bedrijven. Wel is het college - op grond van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur - gehouden aan zorgvuldigheidsnormen. Deze zijn nader uitgewerkt in de uitvoeringsvoorschriften.
De formulering van dit artikel sluit niet uit dat burgers een aanvraag tot het benoemen van de openbare ruimte bij het college indienen. Een dergelijke aanvraag kan in de regel worden aangemerkt als een verzoek van een belanghebbende een besluit te nemen in de zin de Algemene wet bestuursrecht. Op de afwikkeling van de aanvraag zijn in ieder geval de hoofdstukken van die wet van toepassing (algemene en bijzondere bepalingen over besluiten). In de uitvoeringsvoorschriften zijn regels opgenomen over het consulteren van de bevolking bij naamgeving.