**1..** Indien individuele omstandigheden zoals bedoeld in artikel 2 er toe leiden kan bijzondere bijstand worden verstrekt in de kosten van duurzame gebruiksgoederen en inrichtingskosten conform het Vughtse richtlijnenboek.
**2..** Een lening voor deze kosten bij een kredietverlenende instelling of bij de Kredietbank ’s-Hertogenbosch wordt gezien als een passende en toereikende voorliggende voorziening als bedoeld in art 15 WWB.
**3..** Indien op niet verwijtbare gronden geen gebruik gemaakt kan worden cq geen gebruik gemaakt wordt van de lening als bedoeld in lid 2 of kan bijstand worden verstrekt in de vorm van een gemeentelijke lening of als bijstand à fonds perdu.
**4..** Bij de beoordeling van een aanvraag voor duurzame gebruiksgoederen en inrichtingskosten wordt beoordeeld dat men geacht wordt hiervoor vooraf te reserveren dan wel deze te financieren via gespreide betaling achteraf of door middel van aflossing van een geldlening bij een kredietverlenende instantie. Met deze beoordeling wordt vorm gegeven aan de vraag of voorliggende voorzieningen aanwezig zijn en voorts aan het betoonde besef van verantwoordelijkheid.
**5..** Voor de reserveringscapaciteit als bedoeld in lid 4 wordt uitgegaan van 10% van de voor de betrokkene geldende bijstandsbijstandsnorm inclusief vakantiegeld over een periode van 3 jaren onmiddellijk voorafgaande aan de datum van aanvraag. De reserverings capaciteit wordt verminderd met reeds gemaakte bijzonder noodzakelijke kosten en buitengewone uitgaven als bedoeld in deze richtlijn waarin begrepen het doen van aflossingen op daarvoor aangegane leningen.
**6..** Ten aanzien van personen, die een inkomen hebben boven de voor hen geldende bijstandsnorm dient - met inachtneming van artikel 7 van deze verordening - een percentage van 100% van dat meerdere in de aflossing te worden betrokken.
Hoofdstuk 3.
Artikel 13.
Bijstand voor duurzame gebruiksgoederen en inrichtingskosten
Onderdeel van Richtlijn bijzondere bijstand Wet Werk en Bijstand 2004