**1..** Bij overgang van de bijstandsnorm voor een alleenstaande ouder naar de bijstandsnorm voor een alleenstaande, omdat het laatste in de gezinsbijstand begrepen kind niet langer ten laste van de ouder komt én dit kind wel tot het huishouden blijft behoren, kan een garantietoeslag worden verleend.
Voor de toepassing van het gestelde onder 1 komt een kind niet langer ten laste van zijn ouder indien dit kind beschikt over een netto maandinkomen gelijk of hoger dan de bijstandsnorm voor een alleenstaande jonger dan 21 jaar.
De garantietoeslag is gelijk aan de som van de bijstandsnorm voor een alleenstaande ouder, vermeerderd met 20% van de bijstandsnorm van een echtpaar en verminderd met de som van het inkomen van die ouder en het netto inkomen inclusief vakantiegeld van het kind.
**2..** Bij een plotselinge, onvoorziene en niet verwijtbare terugval in inkomen welke leidt tot financiële problemen, kan gedurende 6 maanden een overbruggingstoeslag worden verstrekt, mits de terugval meer dan € 150,- per maand bedraagt en het nieuwe inkomen niet meer bedraagt dan anderhalf maal de van toepassing zijnde bijstandsnorm. De toeslag bedraagt gedurende de eerste 3 maanden 50% van het te overbruggen verschil en de daaropvolgende 3 maanden 25% van het te overbruggen verschil.
Hoofdstuk 3.
Artikel 9.
Overige toeslagen
Onderdeel van Richtlijn bijzondere bijstand Wet Werk en Bijstand 2004