In deze verordening wordt verstaan danwel mede verstaan onder:
Marktgeld: een recht geheven voor het innemen van een standplaats, op en voor de duur van de warenmarkt, met wagens, kramen, tafels, manden en dergelijke voorwerpen tot het verkopen en/of uitstallen van zaken, in verband met het uitoefenen van de markthandel.
Staangeld: een recht geheven voor het innemen van een standplaats op de weg of aan het openbaar water of op een andere - al dan niet met enige beperking - voor het publiek toegankelijke en in de open lucht gelegen plaats, in verband met de uitoefening van de ambulante handel.
Standplaats: de ruimte, die door een mobiele verkoopinrichting (zoals een voertuig, een kraam, een tafel of enig ander middel) wordt ingenomen om daarmee in de uitoefening van ambulante handel goederen te koop aan te bieden, te verkopen of te verstrekken, diensten aan te bieden of te verlenen.
Frontbreedte: de lengte van het aantal ingenomen meters standplaats, gemeten langs de zijde waar het publiek zich pleegt te bevinden.
Niet-commerciële instelling: stichting, vereniging of instelling met een sociaal, cultureel of educatief karakter waarvan de activiteiten, blijkend uit de statuten of feitelijke handelingen in het maatschappelijk verkeer, niet zijn gericht op het maken van winst.
Artikel 1
Begripsbepalingen
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van marktgelden 2011