Het college kan op aanvraag ontheffing van de inburgeringsplicht verlenen als het college op grond van aangetoonde inspanningen oordeelt dat het voor een inburgeringsplichtige redelijkerwijs niet mogelijk is het inburgeringsexamen te behalen.
De inburgeringsplichtige kan in het algemeen niet eerder dan zes maanden voor het verstrijken van de handhavingstermijn om deze ontheffing verzoeken (artikel 5.5, eerste lid, van het Besluit inburgering).
Sinds 7 september 2010 kan het college op grond van artikel 5.5, derde lid, van het Besluit inburgering de termijn van zes maanden buiten toepassing laten, indien toepassing daarvan naar zijn oordeel, gelet op de door de inburgeringsplichtige aantoonbaar geleverde inspanningen om te voldoen aan de inburgeringsplicht, zou leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.
De bevoegdheid om te beoordelen of er sprake is van aantoonbare inspanningen en of iemand redelijkerwijs niet in staat is om het inburgeringsexamen te behalen ligt bij het college. Het college stelt hiervoor onderstaande criteria vast.
Criteria aantoonbare inspanningen en redelijkerwijs niet in staat het inburgeringsexamen te behalen:
inburgeringsplichtige heeft een cursus gevolgd (eigen inkoop of een aanbod van de gemeente) die opleidt naar het vereiste niveau; en
inburgeringsplichtige heeft aangetoond dat daadwerkelijk aan de cursus is deelgenomen en deze heeft afgerond; en
betrokkene heeft meerdere malen aan het examen deelgenomen, of;
betrokkene heeft het inburgeringsexamen (ten minste één maal) afgelegd en heeft daarmee zo'n slechte resultaten bereikt dat deze aanleiding geven om te veronderstellen dat hij blijvend niet in staat is het inburgeringsexamen te behalen;
in afwijking van het bepaalde onder 1 tot en met 3 wordt een inburgeringsplichtige ontheffing verleend als hij een met toets resultaten of anderszins onderbouwde verklaring heeft overgelegd van een instelling die beschikt over het keurmerk inburgeren van Blik op Werk, waarin staat dat hij het leervermogen ontbeert om het inburgeringsexamen te behalen.
Ambtshalve ontheffen:
In bijzondere gevallen kan het college ambtshalve beslissen tot ontheffing (artikel 31, tweede lid, onderdeel c van de Wet inburgering en artikel 5.5, tweede lid, van het Besluit inburgering). Hierbij kan gedacht worden aan de situatie waarin de handhavingstermijn reeds meerdere malen is verlengd en de inburgeringsplichtige ondanks allerlei inspanningen om niet verwijtbare redenen er niet in is geslaagd het inburgeringsexamen te behalen. Deze ambtshalve beslissing kan niet eerder worden genomen dan zes maanden voor afloop van de handhavingstermijn.
De door het college verleende ontheffing geldt alleen in het kader van de Wet inburgering, en dus niet in het kader van naturalisatie.
Artikel 2.
Ontheffing na aantoonbare inspanning
Onderdeel van Regels voor ontheffing van de inburgeringsplicht op grond van de Wet inburgering