**1..** Het monument en de beplanting moeten zowel op zichzelf, als in verband met de omgeving voldoen aan de volgende eisen van welstand:
steenhouwerswerk moet zijn van goede kwaliteit, vakkundig bewerkt en geplaatst; de beplanting moet zijn van goede kwaliteit en vakkundig aangebracht;
de naam van de leverancier mag niet op het monument zijn vermeld;
kunststeen mag slechts worden geplaatst, indien dit voldoet aan de eisen van weerbestendigheid, aan natuurlijke steen gesteld;
een staande monument mag niet hoger zijn dan 1.20 m., gemeten boven de grond en niet breder dan 0,95 m. Een liggend monument mag geen groter oppervlakte hebben dan 2 m. bij 0,95 m. en niet hoger zijn dan 0,35 m. boven de grond;
indien één monument op meer dan één grafruimte wordt geplaatst, mag de breedte van het monument slechts verhoogd worden met 0,95 m. per meerdere grafruimte.
**2..** Uit een oogpunt van welstand is niet toelaatbaar:
een afscheiding met palen, een ketting, stang of houten voorwerp op een graf;
een portret, een doos met kransen, bloemen of portretten, hetzij aan het monument, hetzij op een graf.
**3..** Het aanbrengen van een monument en/of beplanting mag eerst geschieden nadat drie dagen zijn verstreken sedert van het voornemen daartoe onder overlegging van de vergunning, als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Verordening op de algemene begraafplaats, met de daarbij goedgekeurde en gewaarmerkte tekening aan de Directeur van de Technische Dienst is mededeling gedaan.