**1..** Vaststelling.
Het persoonsgebonden budget voor vervoersvoorzieningen wordt vastgesteld op basis van de tegenwaarde conform bijlage 2.
**2..** Berekeningssystematiek.
De berekeningssystematiek die voor het persoonsgebonden budget voor een vervoersvoorziening wordt gehanteerd kent de volgende opbouw:
de vervoersvoorziening wordt ingedeeld naar gebruikscategorie;
de tegenwaarde wordt per categorie bepaald aan de hand van de gemiddelde huurprijs per maand in de betreffende categorie vermenigvuldigd met een gebruikersduur van vijf jaar;
de gemiddelde huurprijs is gebaseerd op een prijs voor aanschaf, onderhoud en reparatie. Zie bijlage 2 voor een overzicht van de bijbehorende bedragen per categorie vervoersvoorziening;
de hoogte van het persoonsgebonden budget voor individuele aanpassingen wordt vastgesteld op basis van de werkelijke kosten in overleg met de gemeente.
**3..** Regels rond verantwoording en uitbetaling.
Het persoonsgebonden budget wordt vastgesteld na indicatiestelling en verstrekt voor een periode van minimaal 5 jaar. In deze 5 jaar wordt verondersteld dat de aanvrager zelf de verantwoording neemt om een adequate voorziening aan te schaffen en in stand te houden. Deze periode wordt beschouwd als of het een bruikleenperiode is.
Indien de aanvrager binnen de periode, genoemd onder sub a van dit lid, overlijdt dan heeft het college het recht om deze voorziening in te nemen en opnieuw in te zetten.
Met de budgethouder van het persoonsgebonden budget wordt een budgetovereenkomst afgesloten waarin de voorwaarden, welke gelden met betrekking tot het persoonsgebonden budget, worden vastgelegd.
De uitbetaling van het persoonsgebonden budget vindt plaats na het overleggen van een nota waaruit blijkt dat een adequate voorziening is besteld voor de gestelde indicatie.
Hoofdstuk 5.
Artikel 5.2
Persoonsgebonden budget vervoersvoorzieningen
Onderdeel van Financieel Besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Vught 2011