Met betrekking tot ten laste van de spaarloonrekening gekochte effecten moet:
het in aankoopprijs begrepen bedrag aan ingehouden spaargelden worden gelijkgesteld met de oudste ingehouden spaargelden op de spaarloonrekening, zolang de effecten onbezwaard deel uitmaken van het vermogen van de deelnemer;
bij verkoop van de effecten het onder a bedoelde bedrag, voor zover dit onverwijld wordt teruggestort op de spaarloonrekening, worden gelijkgesteld met ingehouden spaargelden.