In de gezinsnorm is reeds rekening gehouden met het feit dat beide echtgenoten de kosten van huishouden volledig kunnen delen met elkaar. Indien in de woning nog een ander zijn hoofdverblijf heeft, kunnen de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan nog verder gedeeld worden. De systematiek van verlagingen in geval van gezinnen heeft dezelfde uitgangspunten als de toeslagensystematiek bij alleenstaande en alleenstaande ouders.
Uitzondering hierop is dat in gezinssituaties waarbij 3 of meer meerderjarigen tot het gezin behoren geen verlaging op de gezinsnorm wegens kostendeling van toepassing is. Denk hierbij aan een echtpaar met een meerderjarig inwonend kind, die alledrie als gezinslid beschouwd kunnen worden, die ook nog een medebewoner hebben, waarmee ze in theorie nog kosten zouden kunnen delen. Er is hiervoor gekozen omdat dit kan leiden tot een onbillijke situatie waarbij de drie gezinsleden ieder een ziektekostenverzekeringspremie van hun gezinsnorm moeten betalen. Het besteedbare inkomen zou met een verlaging vanwege kostendeling onevenredig lager uitvallen dan in andere situaties.