De verlagingen zien op verschillende omstandigheden en kunnen elk afzonderlijk als redelijk worden aangemerkt. Om te voorkomen dat cumulatie ervan tot een te grote verlaging zou leiden die per saldo als onredelijk wordt beschouwd, is met deze bepaling gewaarborgd wat de minimale bijstand is. Per saldo kan er nooit meer dan een verlaging van 35% op de bijstandsnorm worden toegepast. Deze bepaling laat de mogelijkheid voor individualisering van de bijstand op grond van artikel 18 lid 1 van de wet overigens wel ongemoeid. Ten aanzien van sub c wordt opgemerkt dat hier met gezin wordt bedoeld uitsluitend het gezin dat bestaat uit gezinsleden jonger dan 65 en ten minste twee gezinsleden van 21 jaar of ouder. Dit vloeit voort uit artikel 2 van de verordening waarin de doelgroepbeschrijving voor gezin is vermeld voor de toepassing van deze verordening. Een samengestelde gezinsnorm vanwege leeftijd op grond van artikel 21 lid 2 WWB valt hier dus niet onder.