Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 2

Artikel 20

Spreekregels

Onderdeel van Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad 2005

1. Een lid van de raad voert het woord na het aan de voorzitter gevraagd en van hem verkregen te hebben. 2. De leden van de raad, de portefeuillehouders en overige aanwezigen spreken vanaf de spreektafel en richten zich tot de voorzitter. Interrumperen vindt plaats vanachter de plaats aan de raadstafel. 3. De voorzitter en de griffier spreken vanaf hun plaats. 4. Bij bijzondere gelegenheden kan de voorzitter bepalen dat de leden van de raad en de overige aanwezigen vanaf hun plaats spreken. 5. De raad kan, al dan niet op voorstel van de voorzitter, regels stellen over de spreektijd van de leden en de overige aanwezigen.

Rechtspraak bij dit artikel