Indien het niet of niet behoorlijk nakomen van de inlichtingenplicht bedoeld in artikel 17 en 41, vijfde lid, van de wet, of artikel 38, tweede lid van de BBZ, niet heeft geleid tot het ten onrechte of een te hoog bedrag verlenen van bijstand, bedraagt de maatregel, onverminderd artikel 2, tweede lid, 5% van de bijstandsnorm gedurende een maand.
De duur van de maatregel als bedoeld in het eerste lid wordt verdubbeld, indien de belanghebbende zich binnen 12 maanden na bekendmaking van een besluit waarbij een maatregel is opgelegd, opnieuw schuldig maakt (recidive) aan dezelfde als verwijtbaar aan te merken gedraging. Met een besluit waarmee een maatregel is opgelegd wordt gelijkgesteld het besluit om daarvan af te zien op grond van dringende redenen, bedoeld in artikel 6.
De duur van de maatregel als bedoeld in het eerste lid wordt gesteld op zes maanden en de hoogte van de maatregel als bedoeld in het eerste lid wordt verdubbeld indien belanghebbende zich binnen de in artikel 13, lid 2, genoemde periode voor de derde of meerdere keer wederom schuldig heeft gemaakt aan dezelfde als verwijtbaar aan te merken gedraging.
HOOFDSTUK 3.
Artikel 13
Verstrekken van geen, onjuiste of onvolledige inlichtingen zonder gevolgen voor de bijstand
Onderdeel van Afstemmingsverordening WWB 2012