Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 5.

Artikel 18

Instandhoudingbepaling archeologisch monument of archeologisch verwachtingsgebied

Onderdeel van Erfgoedverordening Breda 2011

1.. Het is verboden om in een archeologisch monument, bedoeld in artikel 1, onder b, dan wel in een terrein met een hoge, middelhoge of lage archeologische verwachting, de bodem te verstoren. 2.. Het verbod in lid 1 is niet van toepassing indien; het een verstoring betreft van een archeologisch verwachtingsgebied als aangegeven op de Beleidsadvieskaart Breda‟s Erfgoed, en waarbij die verstoring plaatsvindt: in een gebied met lage archeologische verwachting en het te verstoren gebied kleiner is dan 50.000 m2 en de ingreep niet MER-plichtig is, of; in een gebied met een hoge of middelhoge archeologische verwachting waarbij het te verstoren gebied kleiner is dan 100 m2 en de bodem niet dieper dan 30 centimeter word verstoord, of; in het geldend bestemmingsplan bepalingen zijn opgenomen omtrent archeologische monumentenzorg. sprake is van een activiteit als bedoeld in artikel 2.12, eerste en tweede lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en hierin voorschriften zijn opgenomen omtrent archeologische monumentenzorg. het college nadere regels stelt met betrekking tot de uitvoering van werkzaamheden die kunnen leiden tot een verstoring van een gebied met behoudenswaardige archeologische waarde of archeologisch verwachtingsgebied als aangegeven op de Beleidsadvieskaart Breda‟s Erfgoed; een rapport is overgelegd waarin de archeologische waarde van het te verstoren terrein naar het oordeel van het college in voldoende mate is vastgesteld en waaruit blijkt dat: het behoud van de archeologische waarden in voldoende mate kan worden geborgd; of de archeologische waarden door de verstoring niet onevenredig worden geschaad; of in het geheel geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel