Naar hoofdinhoud

Artikel 17

Spreekrecht burgers

Onderdeel van Verordening op de raadscommissies 2012

1.. Burgers hebben spreekrecht. Zij kunnen het woord voeren over geagendeerde en niet-geagendeerde onderwerpen die aan de raadscommissie zijn toegewezen. 2.. Het woord kan niet gevoerd worden over: een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar en beroep openstaat of heeft opengestaan; benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen; een gedraging waarover een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend. 3.. Degene die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit uiterlijk 12.00 uur op de dag van de vergadering onder opgave van naam, adres, telefoonnummer en onderwerp waarover hij het woord wil voeren aan de griffie. 4.. De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De voorzitter kan van de volgorde af­wijken, indien dit in het belang is van de orde van de vergadering. 5.. Elke spreker krijgt maximaal vijf minuten het woord. De voorzitter kan in bijzondere gevallen afwijken van de maximale lengte van de spreektijd. 6.. De spreker voert het woord nadat de voorzitter hem dit heeft verleend. De voorzitter kan de leden van de commissie toestaan om een korte, verhelderende vraag te stellen. Er vindt geen discussie plaats tussen een inspreker en de deelnemers aan de vergadering. 7.. De voorzitter of een lid doet een voorstel voor de behandeling van de inbreng van de burger.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel