Naar hoofdinhoud
1.. De aanvraag voor subsidie wordt ingediend uiterlijk 3 maanden nadat het oplaadpunt is aangelegd. 2.. Voor zover de subsidieaanvrager een onderneming is die geen De-minimisverklaring kan overleggen meldt de subsidieaanvrager aan de gemeente dat de subsidieaanvrager voornemens is een oplaadpunt aan te leggen voordat het oplaadpunt is aangelegd. 3.. De aanvraag voor subsidieverstrekking wordt gedaan door middel van een formulier dat door het College is vastgesteld. In afwijking van het bepaalde in artikel 2:1, eerste lid van de ASA 2004 worden bij deze aanvraag de volgende gegevens en bescheiden overlegd: gespecificeerde facturen van de daadwerkelijk gemaakte subsidiabele kosten; betalingsbewijs; bewijs(zen) van erkenning van installateur; foto van het aangelegde oplaadpunt; technische details van het oplaadpunt; indien van toepassing een de-minimisverklaring; indien van toepassing een leaseovereenkomst; indien van toepassing een volmacht van de beslissingsbevoegde partij zoals gesteld in artikel 4. 4.. In het door het College vastgestelde aanvraagformulier kunnen aanvullende gegevens en bescheiden worden genoemd die bij de aanvraag ingediend worden. 5.. De subsidie wordt uitbetaald nadat het College de beslissing tot subsidieverstrekking heeft genomen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel