Naar hoofdinhoud
In deze verordening wordt verstaan onder: ASA 2004: Algemene Subsidieverordening Amsterdam 2004; College: het College van burgemeester en wethouders van de Gemeente Amsterdam; Communicatiemodule: een technische voorziening ten behoeve van de doorgifte en/of uitwisseling van gegevens aan of met een centraal systeem aangesloten op internet; Concern: een economische eenheid waarin rechtspersonen onder centrale leiding organisatorisch zijn verbonden en waarbij de eenheid is gericht op een duurzame deelneming aan het economisch verkeer; De-minimisverklaring: de verklaring van de aanvrager dat de aanvrager in de afgelopen drie belastingjaren minder dan € 200.000 aan subsidies of andere voordelen van overheden heeft ontvangen, zoals bepaald in de Verordening (EG) 1998/2006, L379/5, betreffende de-minimissteun; Elektrisch voertuig: een voertuig dat op de openbare weg mag rijden en waaraan een parkeervergunning kan worden verleend die een elektrische motor als hoofdmotor heeft zijnde een personenauto, categorie M1 met classificatie M1, of zijnde een stadsauto, L7e onder voorwaarde dat een snelheid van minimaal 60 kilometer per uur kan bereiken; Erkend installateur: een installateur van oplaadpunten die is aangesloten bij de brancheorganisatie UNETO-VNI; Gemeente: de Gemeente Amsterdam; Groepsvrijstellingsverordening: verordening nr. 800/2008 van de Commissie van 6 augustus 2008 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107, 108 en 109 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie verenigbaar worden verklaard (PBEU L 214/3); Grote onderneming: een onderneming die geen kleine of middelgrote onderneming is; Kleine onderneming: een onderneming met minder dan 50 werknemers, een jaaromzet en/of een jaarlijks balanstotaal van minder dan € 10 miljoen, zoals bepaald in bijlage I van de Groepsvrijstellingsverordening; Middelgrote onderneming: een onderneming met minder dan 250 werknemers, een jaaromzet van minder dan € 50 miljoen of een jaarlijks balanstotaal van minder dan € 43 miljoen, zoals bepaald in bijlage I van de Groepsvrijstellingsverordening; Niet-openbaar oplaadpunt: een oplaadpunt, niet zijnde een semi-openbaar oplaadpunt of een oplaadpunt in de openbare ruimte; Onderneming: een natuurlijke persoon of rechtspersoon die een economische activiteit uitvoert ongeacht de wijze van financiering of de rechtsvorm; Oplaadpunt: een voorziening voor het opladen van de accu van een elektrisch voertuig; Regeling voertuigen: Regeling tot uitvoering van de hoofdstukken III en VI van de Wegenverkeerswet 1994; Semi-openbaar oplaadpunt: een oplaadpunt dat wordt geplaatst op een parkeerplaats met een geldende, functionele en herkenbare bestemming voor het laten parkeren van voertuigen van derden die niet bij de subsidieontvanger in dienst zijn waarbij het oplaadpunt op vaststaande tijden of de hele dag zonder voorafgaande afspraak of bestelling toegankelijk is voor derden.

Rechtspraak bij dit artikel