Arbeidsduur
De vooraf vastgestelde omvang van het aantal uren in een bepaalde periode, gedurende welke door de medewerker arbeid moet worden verricht
Formele arbeidsduur per week
De arbeidsduur volgens de aanstelling of arbeidsovereenkomst.
Feitelijke arbeidsduur per week
De arbeidsduur zoals die voor een bepaalde week is vastgesteld.
Arbeidsduur per jaar
De naar jaarbasis herleide formele arbeidsduur per week, gecorrigeerd voor de feestdagen.
Arbeidsrooster
De verdeling van uren van de formele arbeidsduur per week over de week.
Bandbreedte
De marges waarbinnen de feitelijke arbeidsduur per week kan fluctueren. Voor een voltijdbetrekking bedraagt de bandbreedte 30 uur (ondergrens) tot 42 uur (bovengrens) per week. (CAR/UWO artikel 4:1, lid 1)
Standaard Bedrijfstijd
De tijd gedurende welke de gemeente in bedrijf is en waarbinnen medewerkers arbeid kunnen verrichten.
Standaard Openingstijd
De tijd gedurende welke de gemeente geopend is voor externe klanten en alle niet geplande klantencontacten tot stand komen.
Standaard Bereikbaarheidstijd
De tijden waarop de ambtelijke organisatie bereikbaar moet zijn voor externe en interne klanten.
Plus-uren
Het verschil in uren tussen de formele arbeidsduur per week en het feitelijk gewerkte aantal uren per week.
Standaard werktijd
De tijd gedurende welke de medewerkers arbeid verrichten.
Bloktijd
De tijden waarbinnen de medewerkers minimaal aanwezig moeten zijn om een optimale interne bereikbaarheid te garanderen, tenzij het bedrijfsbelang een aanwezigheid elders verlangt.