Naar hoofdinhoud
1.. De leden worden benoemd en de voorzitter wordt aangewezen voor de duur van de zittingsperiode van de raad. 2.. De benoeming van de leden gaat in op het tijdstip waarop deze wordt aanvaard. 3.. Alvorens het lid, dat niet tevens lid is van de raad, het door hem/haar aanvaarde lidmaatschap van de commissie kan vervullen, legt deze in handen van de voorzitter van de raad een eed of verklaring en belofte af met de volgende inhoud: Ik zweer / verklaar dat ik om tot lid van de raadscommissie benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd. Ik zweer / verklaar en beloof dat ik om iets in deze functie te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk, enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen. Ik zweer / beloof dat ik getrouw zal zijn aan de grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik al mijn plichten als lid van de raadscommissie naar eer en geweten zal vervullen, en ten aanzien van mij, bij het vervullen van het lidmaatschap ter kennis gekomen stukken en informatie, nauwgezet dezelfde geheimhoudingsplicht, indien en voor zover deze geldt voor leden van de raad, in acht zal nemen en dezelfde zorgvuldigheid zal betrachten als te verwachten is van de leden van de raad.

Rechtspraak bij dit artikel