**1..** De voorzitter opent de vergadering op het vastgestelde uur, nadat deze op grond van de presentielijst heeft vastgesteld dat het quorum aanwezig is. Het quorum wordt bepaald als volgt:
per fractie telt slechts één van de opgekomen leden mee;
het onder a. bedoelde lid telt voor het totaal zitting hebbende leden van de raad, behorende tot dezelfde fractie als het betreffende lid. Vervolgens worden die aantallen bij elkaar opgeteld;
het quorum is aanwezig, indien de uitkomst van de berekening onder b ten minste 20 bedraagt.
**2..** Het bepaalde in het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een gecombineerde vergadering.
**3..** Indien op het vastgestelde uur niet het op grond van het bepaalde in het eerste of het tweede lid vereiste aantal leden is opgekomen, wordt de opening ten hoogste vijftien minuten uitgesteld, met dien verstande, dat zodra het vereiste aantal leden is opgekomen, de voorzitter de vergadering terstond opent.
**4..** Wanneer na de vijftien minuten, als bedoeld in het vorige lid, niet het vereiste aantal leden is opgekomen, belegt de voorzitter een nieuwe vergadering, welke zo mogelijk binnen 48 uren nadien wordt gehouden.
**5..** De oproeping voor de in het vierde lid bedoelde vergadering wordt zo spoedig mogelijk toegezonden met aanhaling in de oproepingsbrief van de volgende, in dit lid opgenomen, volzin: Deze vergadering wordt gehouden ongeacht het aantal leden, dat is opgekomen.
Hoofdstuk 1:
Artikel 16