Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 15

Artikel 15

Onderdeel van Monumentenverordening 1994

Burgemeester en wethouders kunnen een vergunning als bedoeld in artikel 11, tweede lid, intrekken: indien blijkt, dat de vergunning tengevolge van een onjuiste of onvolledige opgave is verleend; indien binnen zes maanden na dagtekening van de vergunning geen begin met de werkzaamheden is gemaakt; indien tussen het begin en het einde van de werkzaamheden deze werkzaamheden langer dan een aaneengesloten periode van zes maanden stilliggen; indien de aan de vergunning verbonden voorschriften niet worden nageleefd; indien de omstandigheden aan de kant van de vergunninghouder zich zodanig hebben gewijzigd, dat het belang van het monument zwaarder dient te wegen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel