Naar hoofdinhoud

Artikel 9

In- en uittreden

Onderdeel van Verordening op de rekenkamercommissie Meerssen

Indien één van de gemeenten Beek, Eijsden-Margraten, Gulpen-Wittem, Meerssen, Nuth of Valkenburg aan de Geul wil uittreden uit de personele unie van de rekenkamercommissie gelden de volgende bepalingen: Tenminste één jaar voor het feitelijk uittreden maakt de uittredende gemeente haar uittreden kenbaar aan de overige gemeenten in de personele unie. In het eerste jaar van uittreden is de uittredende gemeente zijn volledige aandeel in de instandhoudingskosten van de rekenkamercommissie verschuldigd. De omvang van dat bedrag wordt gebaseerd op het aandeel van de uittredende gemeente in de instandhoudingskosten in het jaar voorafgaande aan de uittreding. In het tweede jaar van uittreding is de uittredende gemeente twee/derde deel van zijn aandeel in de instandhoudingskosten van de rekenkamercommissie verschuldigd. De omvang van dat bedrag wordt gebaseerd op het aandeel van de uittredende gemeente in de instandhoudingskosten in het jaar voorafgaande aan de uittreding. In het derde jaar van uittreding is de uittredende gemeente een/derde deel van zijn aandeel in de instandhoudingskosten van de rekenkamercommissie verschuldigd. De omvang van dat bedrag wordt gebaseerd op het aandeel van de uittredende gemeente in de instandhoudingskosten in het jaar voorafgaande aan de uittreding. Vanaf het vierde jaar van uittreding is de uittredende gemeente geen bijdrage meer verschuldigd. Naast de uittredingskosten als opgenomen in de bepalingen b t/m e van lid 1 van dit artikel, betaalt de uittredende gemeente een vergoeding aan de overige gemeenten voor de loonsomkosten (inclusief eventuele pensioen- en/of wachtgeldkosten). Deze vergoeding is gelijk aan het deel in de loonsomkosten waarvoor die gemeenten ten tijde van het laatste jaar van deelname werd aangeslagen en wel over de periode dat de overige gemeenten loonsomkosten (inclusief pensioen- en of wachtgeldkosten c.q. –plichten) hebben voor de op het moment van opzegging in dienst zijnde secretaris Op een verzoek van een gemeente om toe te treden tot de personele unie van de rekenkamercommissie wordt een besluit genomen door de gemeenteraden van de deelnemende gemeenten. De bepalingen van deze verordening zijn, voor zover het betreft de instandhouding, van toepassing op een toetredende gemeente. De toetredende gemeente is een eenmalige vergoeding verschuldigd van € 5.000.

Rechtspraak bij dit artikel