Het college kan naast de in de artikelen 4:25 en 4:35 van de wet
genoemde gevallen een aanvraag voor subsidie weigeren indien:
de activiteiten van de aanvrager niet of niet in overwegende
mate gericht zijn op de gemeente of haar ingezetenen of niet of
nauwelijks ten goede komen aan de gemeente of haar
ingezetenen;
de gelden niet of in onvoldoende mate besteed zullen worden voor
het doel waarvoor de subsidie wordt verstrekt;
de aanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten zal
ontplooien die in strijd zijn met het bepaalde bij of krachtens
wet, het algemeen belang of de openbare orde;
de aanvrager ook zonder subsidieverlening over voldoende gelden,
hetzij uit eigen middelen, hetzij uit middelen van derden kan
beschikken om de kosten van de activiteiten te dekken;
de subsidieverlening niet past binnen het beleid van de
gemeente;
de aanvrager geen rechtspersoonlijkheid heeft;
in die activiteiten op een naar haar oordeel toereikende wijze
anders wordt voorzien;
de verstrekken subsidie minder bedraagt dan € 500.