**1..** Het is verboden zonder vergunning en zonder toewijzing van het college een verkoopplaats op een markt in te nemen.
**2..** Op een markt worden toegelaten natuurlijke personen die in het bezit zijn van een door het college aan hen voor de desbetreffende markt verleende marktvergunning.
**3..** De aanvrager van een marktvergunning dient persoonlijk te voldoen aan de publiekrechtelijke voorschriften die ten aanzien van de markthandel in de door hem te verkopen waren zijn gesteld.
**4..** Het college verleent ontheffing van het gestelde in tweede lid indien de aanvrager van een standplaats aantoont persoonlijk te kunnen voldoen aan de bij de toepasselijke vestigingsregeling gestelde eisen ter verkrijging van een vestigingsvergunning als bedoeld in de Vestigingswet en voor meer dan 50 % eigenaar is van een rechtspersoon, welke voldoet aan de in lid 3 genoemde publiekrechtelijke voorschriften.
**5..** Een marktvergunning voor één van de in artikel 2 genoemde markten wordt verleend zodra een vaste of tijdelijke standplaats op de desbetreffende markt kan worden toegewezen.
**6..** Vergunninghouders van een vaste standplaats worden ingeschreven op een doorlopende genummerde lijst en wel op basis van de datum, waarop zij voor de eerste maal een vaste standplaats hebben gekregen (de anciënniteitlijst).
**7..** Tot de lotingen voor een standwerkerplaats wordt slechts toegelaten, hij die voldoet aan de gestelde eisen voor het verkrijgen van een marktvergunning
**8..** Degene die in het bezit is van een in het zevende lid genoemde vergunning komt niet in aanmerking voor een andere dan een standwerkerplaats.
**9..** Het college kan in bijzondere gevallen van het gestelde in lid 8 afwijken.