Naar hoofdinhoud

Artikel 6

Artikel 6

Onderdeel van Verordening op de gemeentelijke begraafplaats 2004

1.. Met eerbiediging van de bestaande en verworven rechten voor het in werking treden van deze verordening worden de graven en asbezorging ingedeeld in: a. huurgraven; b. urnengraven; c. urnennissen d. verstrooiingsplaatsen e. Kosteloze graven De onder a. genoemde graven zijn graven ten aanzien waarvan men een uitsluitend recht heeft om daarin twee lijken te begraven tegen betaling van een bepaald recht, en welke tegen betaling van een nieuw recht kunnen worden bijgehuurd, telkens wanneer zij aan de beurt komen om te worden geroerd. Het recht op een huurgraf kan uitsluitend schriftelijk worden gevestigd voor niet langer dan twintig jaren. Het recht wordt op ver¬zoek, mits binnen een jaar voor het verstrijken van de termijn gedaan, verlengd, doch telkens voor niet langer dan tien jaren. In deze graven mogen ook asbussen worden geplaatst. De onder b. en c. genoemde graven zijn urnengraven/urnennissen ten aanzien waarvan men een uitsluitend recht heeft om daarin twee asbussen te begraven/bij te zetten tegen betaling van een bepaald recht, en welke tegen betaling van een nieuw recht kunnen worden bijgehuurd, telkens wanneer zij aan de beurt komen om te worden geroerd. Het recht op een huurgraf kan uitsluitend schriftelijk worden gevestigd voor niet langer dan twintig jaren. Het recht wordt op ver¬zoek, mits binnen een jaar voor het verstrijken van de termijn gedaan, verlengd, doch telkens voor niet langer dan tien jaren. De onder d. genoemde verstrooiingsplaatsen ten aanzien waarvan men een uitsluitend recht heeft om aldaar tegen betaling as te verstrooien. De onder e. genoemde graven zijn graven niet vallende onder a. die ná verloop van tien jaren kunnen worden geruimd en waarin geen bijbegravingen of bijzet¬tingen van asbussen zijn toegestaan. 2.. Voor het verkrijgen van een in het vorige lid onder a.,b.,c. en d. bedoelde recht is een bedrag verschuldigd overeenkomstig de "Verordening op de heffing en invordering van begraafrechten". 3.. Het exclusief recht om in een graf te begraven wordt geacht te zijn verleend onder de voorwaarden door de gemeenteraad nu of later vast te stellen en slechts tot de tijd waarop de begraafplaats, ingevolge de Wet op de lijkbezorging, gesloten wordt verklaard. 4.. Het verkrijgen van een huur- of kosteloos graf is en blijft gelijk aan een publiekrechtelijke overheidsvergunning, waaraan in geen geval enig burgerlijk recht kan worden ontleend en welke nimmer gevolgen kan hebben verder strekkende dan de aard en de duur van de begraafplaats. 5.. Aanvragen tot het verkrijgen van een graf zijn slechts mogelijk nadat het gebruik van een graf noodzakelijk is geworden. 6.. Aanvragen tot het verkrijgen of bijhuren van een uitsluitend recht op een graf op de gemeentelijke begraafplaats dienen te worden gericht aan burgemeester en wethouders. 7.. Ten aanzien van een huurgraf wordt voor de toepassing van deze verorde¬ning slechts één persoon als rechthebbende ingeschreven. 8.. Het lijk of de lijken welke in een kosteloos graf zijn begraven kunnen gedurende het tijdvak van de eerste tien jaren ieder moment beschouwd worden als zijnde begraven in een huurgraf, mits de verschuldigde rech¬ten worden voldaan en aan de verplichtingen van de huurgraven gevolg wordt gegeven. Behoudens het vorenstaande vervallen de rechten op een kosteloos graf na tien jaren, tenzij dan de verschuldigde rechten voor de volgende tien jaren worden voldaan en tevens de verplichtingen van de huurgraven worden nagekomen. De zich op een kosteloos graf bevinden opstanden en dergelijke worden bij het vervallen van het grafrecht gedurende dertig dagen ter beschikking van de nabestaanden gesteld. Worden deze niet van zijnentwege weggehaald, dan kan de gemeente hierover naar eigen goed-vinden beschikken. 9.. De rechthebbende op een graf kan aan de plantstrook of de opstanden de nodige herstellingen verrichten of laten verrichten of de opstanden doen wegnemen, indien de door burgemeester en wethouders in het belang van orde en veiligheid gegeven voorschriften stipt worden op¬gevolgd. 10.. Indien door de rechthebbende de kosten, ingevolge artikel 13, sub 1 en 3 door de gemeente gemaakt , niet binnen drie maanden na de door burgemees¬ter en wethouders gedane aanschrijving zijn terugbetaald, kunnen burge¬meester en wethouders hem van zijn recht op het graf vervallen verklaren.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel