Een persoon met beperkingen kan voor een vervoersvoorziening als vermeld in artikel 33 onder b en c in aanmerking worden gebracht wanneer:
beperkingen het gebruik maken van een collectief systeem of direct inzetbare voorziening als bedoeld in het eerste lid onmogelijk maken;
een collectief systeem of direct inzetbare voorziening als bedoeld in het eerste lid niet aanwezig is of onvoldoende bereikbaar is.
Hoofdstuk 5.
Artikel 35.
Het primaat van het collectief vervoer
Onderdeel van Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Wijk bij Duurstede