De verlaging wordt toegepast met ingang van de eerstvolgende kalendermaand volgend op de datum waarop het besluit tot het toepassen van de verlaging aan de belanghebbende is bekendgemaakt. Daarbij wordt uitgegaan van de voor die maand geldende bijstandsnorm of de netto grondslag c.q. hoogte van de bijzondere bijstand of langdurigheidstoeslag.
In afwijking van het eerste lid kan de verlaging met terugwerkende kracht worden toegepast voorzover de verwijtbare gedraging in het verleden heeft plaatsgevonden en de uitkering of de langdurigheidstoeslag waarop de belanghebbende sindsdien aanspraak kan maken nog niet is uitbetaald.
Indien de verlaging overeenkomstig het eerste en tweede lid van dit artikel niet mogelijk is, kan de verlaging met terugwerkende kracht middels een herzienings- of terugvorderingsbesluit worden toegepast, met dien verstande dat de verlaging niet wordt toegepast op de uitkering die betrekking heeft op een periode voorafgaande aan de gedraging.
Als het recht op uitkering eindigt kan, voor zover het tijdvak waarover de verlaging is opgelegd nog niet is verstreken, het resterende deel van de verlaging ten uitvoer worden gelegd, als de belanghebbende binnen twaalf maanden na de datum van beëindiging opnieuw aanspraak op een uitkering maakt.
Een verlaging wordt voor bepaalde tijd toegepast. Een verlaging die voor een periode van meer dan drie maanden wordt toegepast, wordt uiterlijk binnen drie maanden nadat deze ten uitvoer is gelegd, heroverwogen.
Hoofdstuk
Artikel 7
Ingangsdatum en tijdvak van de verlaging
Onderdeel van Afstemmingsverordening WWB, Bbz 2004, IOAW en IOAZ gemeente Wijchen