Naar hoofdinhoud
1.. Het gezin ontvangt samen de norm genoemd in artikel 21 eerste lid van de wet, als in de woning van het gezin geen ander dan ten laste komende kinderen zijn hoofdverblijf heeft. 2.. Als in de woning van het gezin één ander persoon (of één gezin, dan wel een alleenstaande ouder) zijn hoofdverblijf heeft, wordt de norm verlaagd met de helft van het bedrag genoemd in artikel 25 lid 2 van de wet. 3.. Als in de woning van het gezin meer dan één ander persoon zijn hoofdverblijf heeft, wordt de norm verlaagd met het bedrag genoemd in artikel 25 lid 2 van de wet. 4.. Als het gezin een woning bewoont waaraan voor het gezin geen woonkosten zijn verbonden, wordt de norm verlaagd met het bedrag genoemd in artikel 25 lid 2 van de wet. 5.. Het gezin dat gebruik maakt van een door het college ter beschikking gesteld briefadres, of van een ander postadres, ontvangt de norm verlaagd met het bedrag genoemd in artikel 25 lid 2 van de wet.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel