Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 18

Inkomstenvrijlating

Onderdeel van Re-integratieverordening Wet werk en bijstand

1.. Voor de uitkeringsgerechtigde van 27 jaar of ouder die arbeid in deeltijd heeft of aanvaardt, waarmee een inkomen wordt verworven dat minder bedraagt dan de voor de uitkeringsgerechtigde van toepassing zijnde norm, kan voor zover de wet, de Ioaw of de Ioaz dat toelaat gedurende ten hoogste zes aaneengesloten maanden vrijlating van inkomsten uit arbeid plaatsvinden zoals bedoeld in artikel 31 tweede lid onder n van de wet waarbij het percentage wordt bepaald op 25% en het maximumbedrag wordt bepaald op het maximumbedrag dat in genoemd artikel van de wet is opgenomen. 2.. Voor de uitkeringsgerechtigde alleenstaande ouder van 27 jaar of ouder die de volledige zorg heeft voor een tot zijn last komend kind jonger dan twaalf jaar en die arbeid in deeltijd heeft, waarmee een inkomen wordt verworven dat minder bedraagt dan de voor deze uitkeringsgerechtigde van toepassing zijnde norm, kan aansluitend op de periode van vrijlating op grond van het eerste lid, voor zover de wet, de Ioaw of de Ioaz dat toelaat gedurende ten hoogste dertig aaneengesloten maanden vrijlating van inkomsten uit arbeid plaatsvinden zoals bedoeld in artikel 31 tweede lid onder r van de wet waarbij het percentage wordt bepaald op 12,5% en het maximumbedrag wordt bepaald op het maximumbedrag dat in genoemd artikel van de wet is opgenomen. 3.. Geen vrijlating van inkomsten als bedoeld in lid 1 en lid 2 wordt toegepast indien de deeltijdarbeid naar het oordeel van het college niet bijdraagt aan zijn arbeidsinschakeling.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel