De verplichtingen ingevolge artikel 11 en 13, tweede lid, gelden niet voor de marktvergunninghouder die vooraf schriftelijk heeft meegedeeld, dat hij in een, in die mededeling vermelde periode, wegens vakantie niet aanwezig zal zijn met dien verstande dat:
de afwezigheid wegens vakantie per jaar niet langer is dan zes kalenderweken;
van het gestelde onder letter a, om zwaarwegende redenen kan worden afgeweken;
de vakantieperiode wordt geacht te zijn begonnen direct na de daaraan voorafgaande marktdag waarop de marktvergunninghouder laatstelijk zijn standplaats heeft ingenomen.