Als een uitkeringsgerechtigde gaat werken voor een langere periode (minimaal een half jaar) zonder dat er sprake is van een arbeidsovereenkomst zet de gemeente het instrument Participatieplaats in. Het leren werken staat hierbij steeds centraal. Het doel van de participatieplaats is het opdoen van arbeidsvaardigheden of het wennen aan werkgerelateerde aspecten. De participatieplaats wordt in principe ingezet voor personen waarvoor uitstroom naar reguliere arbeid in eerste instantie niet aan de orde is.
Het derde lid houdt in dat bij een bedrijf of instelling een participatieplaats alleen mogelijk is als er geen verdringing plaatsvindt of als de concurrentieverhoudingen niet nadelig worden beïnvloed. In dit kader zal worden nagegaan of er in een half jaar voorafgaande aan de plaatsing geen ontslag heeft plaatsgevonden voor dezelfde werkzaamheden. Voorts mogen aan de te plaatsen persoon geen productie eisen worden opgelegd.
Voor personen aan wie het UWV een uitkering verstrekt kan het college uitvoering geven. Nadere afspraken hiertoe worden vastgelegd in een overeenkomst als bedoeld in artikel 3 derde lid van deze verordening.