In deze verordening wordt verstaan onder:
de wet: de Wet werk en bijstand (Wwb), de Inkomensvoorziening oudere en
gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW), de
Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte
gewezen zelfstandigen (IOAZ);
algemene bijstand: de bijstand als bedoeld in artikel 5, onderdeel b, van de Wwb;
bijzondere bijstand: de bijstand als bedoeld in artikel 5, onderdeel d, van de Wwb;
bijstand: algemene en bijzondere bijstand;
bijstandsnorm: de bijstandsnorm als bedoeld in artikel 5, onderdeel c, van de Wwb,
artikel 9 van de IOAW en artikel 9 van de IOAZ;
langdurigheidstoeslag: de langdurigheidstoeslag als bedoeld in artikel 36, eerste lid van de
Wwb;
maatregel: het verlagen van de bijstand of de langdurigheidstoeslag op grond
van artikel 18, tweede lid, van de Wwb en artikel 20 van de IOAW/IOAZ;
college: het college van burgemeester en wethouders;
benadelingsbedrag: het netto bedrag of indien van toepassing het gebruteerde bedrag
dat ten onrechte als uitkering is verleend op grond van de wet als gevolg van het niet of niet behoorlijk nakomen van de inlichtingenverplichting, dan wel de te verlenen bijstand in het geval van tekortschietend besef van verantwoordelijkheid;
tegenprestatie: onbeloonde maatschappelijke nuttige werkzaamheden, die worden verricht naast of in aanvulling op reguliere arbeid en die niet leiden tot verdringing op de arbeidsmarkt.
HOOFDSTUK 1.
Artikel 1.
Begripsomschrijving
Onderdeel van Maatregelenverordening Wwb, IOAW, IOAZ Bloemendaal 2012