**1..** Deze verordening treedt in werking met terugwerkende kracht per 1 januari 2012.
**2..** De Toeslagenverordening Wwb Bloemendaal 2010 wordt per de onder 1 bedoelde datum ingetrokken.
Aldus besloten in de openbare vergadering
van de raad der gemeente Bloemendaal,
gehouden op 26 januari 2012.
R.Th.M. Nederveen , voorzitter
K.A. van der Pas , griffier
Gepubliceerd in het Weekblad Kennemerland Zuid d.d. 9 februari 2012.
In werking (met terugwerkende kracht): 1 januari 2012.
Algemene toelichting
Op 1 januari 2012 wordt de Wet werk en bijstand (Wwb) aangepast. Het doel van de wetswijzing is het bevorderen van deelname aan de arbeidsmarkt en vergroten van de eigen verantwoordelijkheid van de burger. Dit wordt bereikt door verplichtingen verbonden aan het recht op bijstand, aan te scherpen en door maatregelen te treffen waardoor de bijstand steeds meer gericht is op de doelgroep die het echt nodig heeft. Ten aanzien van de Toeslagenverordening Wwb zijn de belangrijkste maatregelen:
De overheveling van de groep jongeren tot 27 jaar naar de Wwb.
Afschaffing van bijstand voor inwonenden.
Vervanging van de inkomenstoets van (beide) partners door een toets op het huishoudinkomen.
Norm, toeslagen en verlagingen
Hoofdstuk 3 van de Wwb kent voor de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan een
systeem van basisnormen en toeslagen en verlagingen.
In de Wwb maakt het voor de financiering door het Rijk echter geen verschil of bijstand is toegekend als norm of als toeslag.
De bijstandsnormen zijn geregeld in paragraaf 2, in de artikelen 20 tot en met 24 Wwb.
Daarnaast voorziet paragraaf 3 in toeslagen en verlagingen in de artikelen 25 tot en met 29 Wwb.
Het college is verplicht om in voorkomende gevallen de norm te verhogen met een toeslag. Van de mogelijkheid om een verlaging toe te passen, hoeft geen gebruik gemaakt te worden.
Norm
Voor personen van 21 jaar tot en met 65 jaar bestaat er een drietal basisnormen
te weten:
gezinsnorm: 100% van het wettelijk minimumloon;
alleenstaande ouders: 70% van de gezinsnorm;
alleenstaanden: 50% van de gezinsnorm.
Toeslagen
Een toeslag kan worden verstrekt aan een alleenstaande of alleenstaande ouder indien de
algemeen noodzakelijke bestaanskosten niet of niet geheel gedeeld kunnen worden. De
mogelijkheid tot het delen van kosten wordt aanwezig geacht als naast betreffende
belanghebbende nog één of meer anderen hun hoofdverblijf hebben in dezelfde woning. Dan
kunnen zaken als huur, gas, water en licht, maar ook krant etc. gedeeld worden.
De toeslag bedraagt ten hoogste 20% van de gezinsnorm, zodat de uitkering maximaal
bedraagt voor:
Alleenstaande ouders: 90% van de gezinsnorm.
Alleenstaanden: 70% van de gezinsnorm.
De toeslag kan worden vastgesteld op elk bedrag binnen dit maximum van 20% van de
gezinsnorm, mits dit aansluit bij het niveau van de noodzakelijke bestaanskosten. Dit is
uitgewerkt in artikel 3 van de Toeslagenverordening. Budgettaire overwegingen mogen bij het
vaststellen van de toeslag geen rol spelen.
Verlagingen
De Wwb noemt de volgende verlagingen:
Verlaging in verband met het geheel of gedeeltelijk kunnen delen met een ander van algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan van een gezin (artikel 26 Wwb).
Verlaging in verband met de woonsituatie (artikel 27 Wwb).
Verlaging in verband met het recentelijk beëindigen van een studie (artikel 28 Wwb).
De Toeslagenverordening
In artikel 8 lid 1 onder c jo. artikel 30 Wwb is geregeld dat de gemeenteraad bij verordening dient vast te stellen voor welke categorieën de bijstandsnorm verhoogd of verlaagd wordt en op grond van welke criteria de hoogte van die verhoging of verlaging wordt bepaald.
Het door het college voorgestane beleid ten aanzien van de toeslagen moet dus worden vastgelegd in de Toeslagenverordening door de gemeenteraad, opdat het college het beleid kan uitvoeren.
categorieën
Artikel 30 Wwb bepaalt dat de Toeslagenverordening een categoriaal karakter moet hebben. Bij
het afbakenen van categorieën is steeds getracht te komen tot in de praktijk eenvoudig te hanteren criteria. Daarom is er gekozen voor een forfaitaire benadering.
Het is niet nodig om in de Toeslagenverordening alle mogelijke situaties uitputtend te regelen. In niet geregelde of uitzonderlijke gevallen heeft het college immers de bevoegdheid c.q. de plicht om de bijstand op grond van artikel 18 eerster lid Wwb bij wijze van individualisering afwijkend vast te stellen.
In deze Toeslagenverordening wordt, naast de toeslagen, invulling gegeven aan alle
verlagingen die de Wwb mogelijk maakt. In artikel 6 van de Toeslagenverordening wordt
daarentegen het effect van samenloop van verschillende verlagingen beperkt door minimum
hoogtes voor te schrijven waaraan de bijstand moet voldoen na toepassing van de verlagingen.
3. Berekening toepasselijke bijstandsnorm
In gevallen waarin zowel de toeslag als de norm verlaagd kunnen worden, blijft het bij voorrang toepassen van de verlaging op de toeslag de aangewezen volgorde.
Bovenstaande in acht nemend kan hoogte van de uitkering algemene bijstand voor personen van 21 tot 65 jaar als volgt worden berekend:
Basisnorm;
Optellen toeslag (alleen bij alleenstaanden en alleenstaande ouders)
OF
Korten met verlaging wegens het delen van een woning met anderen (alleen bij gezinnen)
Korten met verlaging wegens woonsituatie
De Toeslagenverordening geeft aan welke verlaging geldt.
Leidt de uitkomst tot een lager bedrag aan bijstand dan de gestelde minima in artikel 6 van de
Toeslagenverordening, dan moet het college de bijstand vaststellen op de van toepassing zijnde minimumhoogte volgens dit artikel.
De uitkomst van deze berekening laat ook een eventueel aan de orde zijnde afstemming van de bijstand bij wijze van individualisering onverlet.