1.De op aanvraag verleende aanwijzing kan worden ingetrokken of gewijzigd:
indien de houder niet meer voldoet aan één of meer van de eisen ingevolge artikel 2 lid 3;
indien ter verkrijging daarvan onjuiste dan wel onvolledige gegevens zijn verstrekt;
indien op grond van verandering van de omstandigheden of inzichten, opgetreden na het verlenen van de aanwijzing, moet worden aangenomen dat intrekking of wijziging moet worden gevorderd in het belang van de uit te voeren diensten in het kader van de schuldhulpverlening;
indien aan de aanwijzing verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;
indien van de aanwijzing geen gebruik wordt gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij gebreke van een dergelijke termijn binnen een redelijke termijn;
indien de houder dit verzoekt.
Hoofdstuk 3
Artikel 9
Intrekking of wijziging van de aanwijzing
Onderdeel van Verordening alleenrecht met betrekking op de uitvoering van schuldhulpverlening