**1..** Het college kan overeenkomstig deze verordening een maatregel
opleggen indien belanghebbende:
in de periode voorafgaand aan de aanvraag van een uitkering
op grond van de Ioaz of nadien zich onvoldoende heeft
ingezet voor de voorziening in het bestaan,
de verplichtingen bedoeld in artikel 20, tweede lid, van de
Ioaw of artikel 20, eerste lid, van de Ioaz, artikel 30c,
tweede en derde lid, van de Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, artikel 13 en in
hoofdstuk III van de Ioaw en de Ioaz, waaronder begrepen het
zich jegens het college zeer ernstig misdragen onder
omstandigheden die rechtstreeks verband houden met de
uitvoering van de Ioaw of Ioaz,
inkomen uit arbeid of overig inkomen als bedoeld in of op
grond van artikel 8 van de Ioaw of artikel 8 van de Ioaz zou
hebben kunnen verwerven in de gevallen, bedoeld in artikel
20, eerste lid, van de Ioaw of artikel 20, tweede lid, van
de Ioaz.
**2..** Een maatregel wordt afgestemd op de ernst van de gedraging, de mate
waarin de belanghebbende de gedraging kan worden verweten en de
omstandigheden waarin hij verkeert.
Hoofdstuk 1.
Artikel 2.