Naar hoofdinhoud
1.. Het eerste halve uur van iedere raadsvergadering is bestemd voor het stellen van vragen, tenzij er bij de voorzitter geen vragen zijn ingediend. In bijzondere gevallen kan het presidium bepalen dat het vragenhalfuur op een ander tijdstip wordt gehouden. 2.. Het lid dat tijdens het vragenhalfuur vragen wil stellen meldt dit onder aanduiding van het onderwerp tenminste 48 uur voor aanvang van de vergadering bij de voorzitter. Deze draagt er zorg voor dat de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige leden van de raad en het college worden gebracht. 3.. De voorzitter kan weigeren een onderwerp tijdens het vragenhalfuur aan de orde te stellen indien hij het onderwerp niet nauwkeurig acht aangegeven, indien het onderwerp in de raadsvergadering van die dag aan de orde komt of indien de omvang en complexiteit van het onderwerp het karakter van het vragenhalfuurtje overstijgen, tenzij de raad anders beslist. 4.. De voorzitter bepaalt de volgorde waarin aangemelde onderwerpen tijdens het vragenhalfuur aan de orde worden gesteld, tenzij de raad anders beslist. 5.. De voorzitter bepaalt per onderwerp de spreektijd voor de vragensteller, de collegeleden en eventueel de overige raadsleden, tenzij de raad anders beslist. 6.. Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om één of meer vragen aan het college te stellen en daarop een toelichting te geven. 7.. Na beantwoording door het college krijgt de vragensteller desgewenst het woord om aanvullende vragen te stellen. 8.. Vervolgens kan de voorzitter aan andere leden het woord verlenen om hetzij aan de vragensteller hetzij aan het college vragen te stellen over het onderwerp. 9.. Tijdens het vragenhalfuur kunnen geen moties worden ingediend en worden geen interrupties toegelaten.

Rechtspraak bij dit artikel