Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4. › Afdeling 1.

Artikel 4:2

Aanwijzing collectieve festiviteiten

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening

1.. De geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit en artikel 4:5 van deze verordening gelden niet voor door het college per kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen. 2.. De voorwaarden met betrekking tot de verlichting ten behoeve van sportbeoefening in de buitenlucht als bedoeld in artikel 4.113, eerste lid, van het Besluit gelden niet voor door het college per kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen. 3.. Het college maakt de aanwijzing ten minste vier weken voor het begin van een nieuw kalenderjaar bekend. 4.. Het college kan wanneer een collectieve festiviteit redelijkerwijs niet te voorzien was, een festiviteit terstond als collectieve festiviteit als bedoeld in het eerste lid aanwijzen. 5.. Het equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt door de inrichting mag tussen 07.00 uur en 19.00 uur niet meer bedragendan70 dB(A), tussen 19.00 uur en 23.00 uur niet meer dan 65 dB(A) en tussen 23.00 uur en 07.00 uur niet meer bedragen van 60 dB(A), gemeten op de gevel van geluidgevoelige gebouwen op een hoogte van 1,5 meter. 6.. De geluidswaarde als bedoeld in het vijfde lid is inclusief onversterkte muziek en exclusief 10 dB(A) toeslag vanwege muziekcorrectie. Tevens wordt de bedrijfsduurcorrectie buiten beschouwing gelaten. 7.. Op de dagen als bedoeld in het eerste lid dient het ten gehore brengen van extra muziek - hoger dan de geluidsnorm als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit en artikel 4:5 van deze verordening - uiterlijk een half uur vóór de vastgestelde sluitingstijden te worden beëindigd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel