Deze verordening wordt aangehaald als: de Maatregelenverordening IOAW en IOAZ Hilversum 2011.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering
van 21 december 2011,
de griffier, de voorzitter,
K.E. Driehuijs P.I. Broertjes
De bekendmaking wordt donderdag 29 december 2011 geplaatst in de Gooi- en Eembode (13a).
ALGEMENE TOELICHTING
Op 15 december 2009 heeft de Eerste Kamer ingestemd met het Wetsvoorstel bundeling van uitkeringen
inkomensvoorziening aan gemeenten (Wet BUIG). Met de inwerkingtreding van de Wet BUIG per 1 januari 2010 krijgt de gemeente een grotere beleidsmatige rol en financiële verantwoordelijkheid rond de uitvoering van de IOAW, IOAZ, WWIK en Bbz2004.
De IOAW, IOAZ en het Bbz 2004 kenden tot 1 januari 2010 een financieringsystematiek waarbij 75% bij het Rijk kon worden gedeclareerd en 25% drukte op het gemeentelijke budget; de WWIK kende daarnaast een financieringssystematiek waarbij 100% kon worden gedeclareerd. Per 1 januari 2010 is een systeem van volledige budgetfinanciering ingevoerd, zoals dit nu van toepassing is op het WWB-inkomensdeel. Met de Wet BUIG worden de financiële middelen van de ‘kleine inkomensregelingen’ gebundeld in het volledig gebudgetteerde I-deel dat de gemeente ontvangt voor de bijstandsverstrekking op grond van de WWB. Gemeenten krijgen door de wet aldus een grotere verantwoordelijkheid en lopen ook meer financieel risico.
Door de Wet BUIG wordt het aantal landelijke regels verder sterk teruggedrongen. In de plaats komt een grotere beleidsruimte voor de gemeente. Daardoor wordt de gemeente ook gevorderd om op een aantal punten zelf beleid te ontwikkelen. De verordening voorziet daarbij in het afstemmingsbeleid voor de IOAW en IOAZ. Dit beleid was voorheen geregeld bij AMvB. Deze landelijke regelingen, alsmede de nog bestaande boetebepalingen, zijn echter met de Wet BUIG komen te vervallen. Op basis van het inwerkingtredingbesluit is het aan de gemeente om per 1 juli 2010 in een bij verordening vastgelegd beleid te voorzien. In deze voorbeeld verordening is er daarbij voor gekozen om met betrekking tot de IOAW en IOAZ te komen tot een zo veel mogelijk analoog aan het WWB-regime toe te passen afstemmingsbeleid. Daarbij zij opgemerkt dat in afwijking van de WWB, de IOAW en IOAZ in een aantal situaties de mogelijkheid creëren om de uitkering (gedeeltelijk) blijvend te weigeren. Als alternatief voor een blijvende weigering is een weigering van onbepaalde duur opgenomen. In deze verordening is voor deze variant gekozen. Daarom heeft het college de bevoegdheid om de maatregel te herzien, indien bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding geven.
ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING
Hoofdstuk 6
Artikel 19.
Citeertitel
Onderdeel van Maatregelenverordening IOAW en IOAZ Hilversum 2011