**1..** Indien een belanghebbende een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan heeft betoond als bedoeld in artikel 18, tweede lid, van de wet, wordt een maatregel opgelegd die wordt afgestemd op de periode dat de belanghebbende als gevolg van zijn gedraging eerder of langer recht heeft op bijstand.
**2..** Onverminderd artikel 4, eerste lid, wordt de maatregel op de volgend wijze vastgesteld:
**a..** bij een periode van 3 maanden of korter: honderd procent van de bijstandsnorm gedurende een maand;
**b..** bij een periode van 3 tot 6 maanden: honderd procent van de bijstandsnorm gedurende drie maanden;
**c..** bij een periode van 6 maanden en langer: honderd procent van de bijstandsnorm gedurende zes maanden.
Hoofdstuk 2 Niet
Artikel 11
Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de bestaansvoorziening
Onderdeel van Maatregelenverordening WWIK Gemeente Hilversum 2011