Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6

Artikel 19

Citeertitel

Onderdeel van Maatregelenverordening WWIK Gemeente Hilversum 2011

Deze verordening wordt aangehaald als: Maatregelenverordening WWIK gemeente Hilversum 2011. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 21 december 2011, de griffier, de voorzitter, K.E. Driehuijs P.I. Broertjes De bekendmaking wordt donderdag 29 december 2011 geplaatst in de Gooi- en Eembode (13a). ALGEMENE TOELICHTING Met ingang van 1 januari 2010 is de Wetsvoorstel bundeling van uitkeringen inkomensvoorziening aan gemeenten (Wet BUIG) in werking getreden. Met de inwerkingtreding van de Wet BUIG per 1 januari 2010 heeft de gemeente een grotere beleidsmatige rol en financiële verantwoordelijkheid rond de uitvoering van de IOAW, IOAZ, WWIK en (voor een deel) het Bbz 2004 verkregen. Door de Wet BUIG wordt het aantal landelijke regels verder sterk teruggedrongen. In de plaats komt een grotere beleidsruimte voor de gemeente. Daardoor wordt het college ook gevorderd om op een aantal punten zelf beleid te ontwikkelen. Daarnaast moet de gemeenteraad bij verordening regels stellen met betrekking tot de verlaging van uitkeringen IOAW, IOAZ en WWIK als gevolg van verwijtbaar handelen van de belanghebbende (maatregelenverordening), alsmede met betrekking tot de bestrijding van het ten onrechte ontvangen van een uitkering alsmede van misbruik en oneigenlijk gebruik van de IOAW, IOAZ en WWIK in het kader van het financiële beheer (handhavingsverordening). De huidige verordening voorziet daarbij in het maatregelenbeleid voor de WWIK. Dit beleid was voor 1 januari 2010 geregeld bij AMvB (paragraaf 4 van het Uitvoeringsbesluit WWIK). Dit onderdeel van de AMvB is echter met de inwerkingtreding van de Wet BUIG per 1 januari 2010 komen te vervallen. Op basis van het inwerkingtredingbesluit is het aan de gemeente om in een verordening het beleid vast te leggen. In deze verordening is er voor gekozen om met betrekking tot de WWIK te komen tot een zo veel mogelijk analoog aan het WWB-regime toe te passen afstemmingsbeleid. Daarbij wordt opgemerkt dat in afwijking van de WWB, de WWIK geen arbeidsverplichtingen kent buiten de plicht om zich in te spannen om met kunst zelfstandig in het bestaan te voorzien, al dan niet in een gemengde beroepspraktijk. De WWIK verplicht de kunstenaar naar behoren een administratie te voeren en daarvan inzage aan het college te verlenen. Als de echtgenoot tevens een bedrijf of beroep uitoefent, gelden deze verplichtingen ook voor de echtgenoot. Daarnaast kan het college, in afwijking van de WWB, de kunstenaar verplichtingen opleggen die zij nodig achten voor een doelmatige bedrijfs- en beroepsuitoefening. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING

Rechtspraak bij dit artikel