Een maatregel wordt overeenkomstig deze verordening opgelegd:
als de kunstenaar naar het oordeel van het college blijk heeft gegeven van een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan;
als de kunstenaar onder omstandigheden die rechtstreeks verband houden met de uitvoering van de WWIK zich jegens het college zeer ernstig heeft misdragen;
als de kunstenaar naar het oordeel van het college een verplichting als bedoeld in artikel 20 WWIK niet of niet naar behoren is nagekomen;
als de echtgenoot van de kunstenaar naar het oordeel van het college een verplichting als bedoeld in artikel 20, tweede lid, onderdelen c en d, van de WWIK niet naar behoren is nagekomen;
als de echtgenoot van de kunstenaar arbeid in een eigen bedrijf of zelfstandig beroep verricht en naar het oordeel van het college een verplichting als bedoeld in artikel 20, derde lid, van de WWIK heeft geschonden.
Hoofdstuk 1
Artikel 2
Het opleggen van een maatregel
Onderdeel van Maatregelenverordening WWIK Gemeente Hilversum 2011