Naar hoofdinhoud

Artikel III.

Wijziging Maatregelenverordening WWB

Onderdeel van Regeling aanscherping Wet werk en bijstand

De Maatregelenverordening WWB wordt als volgt gewijzigd: A.Voor het hoofdstuk met de titel ‘Overige bepalingen’ wordt een nieuwe paragraaf ingevoegd dieluidt als volgt: Regelingen in verband met de wijzigingen in de WWB en intrekking van de WIJ per 1 januari 2012. In die paragraaf worden de hierna volgende artikelen ingevoegd. B.Artikel 20a wordt ingevoegd met als opschrift: Wijziging betekenis begrippen. Artikel 20a luidt als volgt: 1.Waar in deze verordening de begrippen ‘alleenstaande’, ‘alleenstaande ouder’ en ‘gezin’ worden gebruikt, hebben deze vanaf 1 januari 2012 dezelfde betekenis als in artikel 4 van de wet. 2.Waar in deze verordening wordt gesproken over ‘gehuwde(n)’ of ‘gehuwdennorm’ hebben deze begrippen vanaf 1 januari 2012 dezelfde betekenis als ‘gezin’, bedoeld in artikel 4, respectievelijk ‘gezinsnorm’, bedoeld in artikel 21, eerste lid, van de wet. C.Artikel 20b wordt ingevoegd met als opschrift: Onvoldoende meewerken aan plan van aanpak Artikel 20b luidt als volgt: 1.Onder ‘gedragingen die arbeidsverplichtingen schenden, als bedoeld in artikel 6, wordt voor jongeren onder de 27 jaar, vanaf 1 januari 2012 mede verstaan: het onvoldoende meewerken aan het opstellen, uitvoeren dan wel evalueren van een plan van aanpak als bedoeld in artikel 44a van de wet. 2.Indien sprake is van een gedraging als bedoeld in het eerste lid van dit artikel, zijn artikel 7 t/m 9 van toepassing. D.Artikel 20c wordt ingevoegd met als opschrift: Niet voldoen aan re-integratieplicht bij ontheffing alleenstaande ouder Artikel 20c luidt als volgt: 1.Onder “gedragingen die de arbeidsverplichtingen schenden”, als bedoeld in artikel 6, wordt vanaf 1 januari 2012 mede verstaan: het niet voldoen aan de aan de ontheffing verbonden re-integratieverplichtingen die een alleenstaande ouder heeft indien hem op grond van artikel 9a WWB 2012 een ontheffing van de arbeidsplicht is verleend. 2.Indien sprake is van een gedraging als bedoeld in het eerste lid van dit artikel, zijn artikel 7 t/m 9 van toepassing. E.Artikel 20d wordt ingevoegd met als opschrift: Onvoldoende inspanningen in de wachtperiode Artikel 20d luidt als volgt: 1.Onder “gedragingen die arbeidsverplichtingen schenden”, als bedoeld in artikel 6, wordt voor jongeren onder de 27 jaar, vanaf 1 januari 2012 mede verstaan: het onvoldoende zoeken naar werk en/of scholing in dewachtperiode van 4 weken voordat de aanvraag ingediend is. 2.Indien sprake is van een gedraging als bedoeld in het eerste lid van dit artikel, zijn de artikelen 7 t/m 9 van toepassing. F.Artikel 20e wordt ingevoegd met als opschrift: Binnen 4 weken na melding indienen van de aanvraag Artikel 20f luidt als volgt: 1.Voor jongeren onder de 27 jaar geldt een wachtperiode van 4 weken voordat zij hun aanvraag mogen indienen (art. 41 lid 4 WWB). Onder “overige verwijtbare gedragingen”, als bedoeld in artikel 17, wordt voor jongeren onder de 27 jaar, vanaf 1 januari 2012 mede verstaan: het indienen van de aanvraag in de wachtperiode van 4 weken. 2.Indien sprake is van een gedraging als bedoeld in het eerste lid van dit artikel, zijn de artikelen 17 t/m 18 van toepassing. G.Artikel 20f wordt ingevoegd met als opschrift: Intrekking WIJ Artikel 20d luidt als volgt: 1.De bepalingen van deze verordening zijn vanaf 1 januari 2012 evenzo van toepassing op personen van 18 jaar en ouder doch jonger dan 27 jaar. 2.Een verlaging op grond van gedragingen, benoemd in deze verordening, kan eveneens worden toegepast op de bijzondere bijstand die aan belanghebbenden op grond van artikel 12, van de wet, wordt verstrekt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel