1. Het binnenhavengeld wordt geheven naar:
a. het laadvermogen van het vaartuig, uitgedrukt in tonnen;
b. de oppervlakte van het vaartuig, uitgedrukt in vierkante
meters;
c. de bruto-inhoud van het schip uitgedrukt in brutotonnen.
2. In de tabel is per soort van vaartuigen aangegeven welke heffingsmaatstaf van toepassing is.