1 De belasting, bedoeld in Hoofdstuk 1, onderdeel 1.1 van de tarieventabel, is verschul¬digd bij het begin van het belas¬tingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belas¬tingplicht.
2 Indien de belastingplicht in de loop van het belasting¬jaar aanvangt, is de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belas¬tingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven, met dien verstande, dat de maand waarin de belastingplicht na de vijftiende van de maand is ontstaan, niet in de heffing wordt betrokken.
3 Indien de belastingplicht in de loop van het belasting¬jaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaal¬fde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belas¬ting als er in dat jaar, na het einde van de belas¬tingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven, met dien verstande, dat de maand waarin de belastingplicht voor of op de vijftiende van de maand is geëindigd, eveneens in de ontheffing wordt betrokken.
4 Het tweede en het derde lid zijn niet van toepas¬sing indien de belastingplichtige binnen de gemeente ver¬huist en aldaar een ander perceel in gebruik neemt.
Hoofdstuk II
Artikel 8
Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang
Onderdeel van Verordening reinigingsheffingen Vlaardingen 2012