**1..** Het gebruik als kamerverhuurpand, in het op bijgevoegde kaart gemarkeerde uitbreidingsgebied, zoals dat aantoonbaar bestond op de datum waarop het voornemen tot de gebiedsuitbreiding is bekendgemaakt (peildatum), mag worden voortgezet, indien binnen drie maanden na inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag overgangsregeling omzettingsvergunning kamerverhuur is ingediend bij het college.
**2..** De aanvraag overgangsregeling omzettingsvergunning kamerverhuur wordt door de eigenaar ingediend bij het college met gebruikmaking van een voor dat doel vastgesteld formulier.
**3..** Het college bevestigt binnen twee weken de ontvangst van de aanvraag.
**4..** Het college beslist binnen twaalf weken na ontvangst van de aanvraag.
**5..** Het college kan de in het vorige lid genoemde termijn eenmalig met zes weken verlengen.
**6..** Bij de aanvraag worden in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden overgelegd:
volledige (persoons)gegevens van de eigenaar van de woonruimte waarop de aanvraag betrekking heeft;
bewijs van eigendom van de woonruimte en, voor zover van toepassing, bewijs dat de aanvrager gerechtigd is tot de gevraagde omzetting;
adres en kadastrale gegevens van de woonruimte;
namen van eventuele huidige bewoners van de woonruimte;
namen van eventuele bewoners op de peildatum;
een plattegrond van de bestaande situatie voorzien van oppervlaktematen;
bewijsmiddelen waaruit blijkt dat er sprake was van kamerverhuur op de peildatum.
**7..** Het college is bevoegd om in het belang van het nemen van een beslissing op de aanvraag om een omzettingsvergunning aanvullende gegevens en bescheiden te vragen.
**8..** Aanvragen uit de werkingsgebieden zoals omschreven in de Huisvestingsverordening Deventer 2010, die zijn ingediend voor inwerkingtreding van deze wijzigingsverordening worden afgehandeld volgens het recht zoals dat gold voor de inwerkingtreding van deze wijzigingsverordening.
**9..** Het bepaalde in artikel 2.3 is van overeenkomstige toepassing op een kamerverhuurpand waarvan het gebruik op grond van lid 1 mag worden voortgezet.